Peperhuis

Meer...

Naar het archief

Tentoonstellingen

Vers van vroeger > zo 28 okt 2018

afbeelding Foto: Maarten Schets

Ga op verkenningstocht door het buitenmuseum en ontdek wat je allemaal kunt eten ‘uit de zee’ en ‘van het land’. Laat je verrassen door hapjes van vroeger en proef ook van hedendaagse lekkernijen geïnspireerd op toen. Onder de noemer Vers van vroeger vormt ‘eten’ dit jaar de rode draad: wat at men zo’n honderd jaar geleden? Waar kwamen de ingrediënten vandaan? En – ook heel belangrijk in een tijd zonder koelkast – hoe maakte je eten zo lang mogelijk houdbaar? Eten moet je natuurlijk ook zelf ervaren en dus proef je sprot bij de visrokerij, ontdek je oude fruitsoorten in de boomgaard en geniet je van een ouderwets ‘ulevelletje’. Want zo smaakt Vers van vroeger! En de jonge bezoekers? Die doen een puzzeltocht door het buitenmuseum, leren spelenderwijs en krijgen een leuke beloning op vertoon van de oplossing van de woordpuzzel.

Foodcurators in het Amsterdamse Huis en de bakkerij

De ingrediënten van vroeger vormen ook de basis voor nieuwe smaken in het museumrestaurant. Foodcurators Digna Kosse en Lucas Mullié ontwikkelden nieuwe Zuiderzeegerechten die ze baseerden op oude recepten, zoals kruudmoes, kapkool en watergruwel. Die gerechten werden overal weer anders bereid, maar een paar ingrediënten kwamen altijd terug: kervel, spekvet, stroop, ansjovis en gerookte haring (kipper).
Bezoekers kunnen in het Amsterdams Huis genieten van een typische Zuiderzeesmaak als 'topping' op hun broodje of van de heerlijke, moderne varianten op traditionele recepten, zoals de kipperkroket, watergruwel-smoothie en kapkool-flammkuchen.

Aan tafel! in binnenmuseum

Met de tentoonstelling Aan tafel! kunnen bezoekers dit jaar ook in het binnenmuseum terecht voor Vers van vroeger. Van 2 juni tot en met 7 oktober 2018 kunnen bezoekers daar zien hoeveel werk het vroeger was om eten op je bord te krijgen. Vang vissen, sorteer aardappels en doe mee aan de groenteveiling!
Even naar de supermarkt gaan is er niet bij eind negentiende eeuw. In een tijd dat het grootste deel van de Zuiderzeebevolking nog zelfvoorzienend leefde, is men vaak een flink deel van de dag bezig met het vergaren en verwerken van zelf verbouwd of -gevangen voedsel. Boeren, arbeiders en burgers verbouwen groente en fruit in hun eigen moestuin en mesten zelf een varken vet. In de zomer en herfst wordt er volop gevist, geoogst en geslacht, en mensen hebben er een dagtaak aan om al dat voedsel te verwerken. Ze ontwikkelen bewaartechnieken zoals drogen, roken, zouten, inleggen en wecken om hun eten te conserveren tot ver in de winter.