Huishouden 1920

Rond 1920 waren soberheid en zuinigheid deugden. Een ontbijt bestond uit brood besmeerd met vet en soms een schepje suiker. Tussen de middag at men warm. De maaltijd bestond uit één gang. Aardappelen waren het hoofdbestanddeel, naast wat gesmolten vet. Verder stonden wortelen, knollen, rapen en ingemaakte groenten op het menu, zoals zuurkool. De groene groente was niet in trek en werd konijnenvoer genoemd. Vlees op het bord is een uitzondering. Een stukje spek kon er meestal wel van af.

Eet gezellig een hapje mee tijdens de lunch!

Terug naar Vissersdorp
Huishouden 1920